Afvallen – de caloriemythe

De caloriemythe gaat uit van calorieën in-calorien uit, alsof het lichaam niets meer is dan een verbrandingsmotor. Gooi een x hoeveelheid benzine in de tank van een auto en je kunt er een x hoeveelheid kilometers mee rijden, voordat je opnieuw moet tanken. Dit voedt bij mensen ook een andere mythe: die van lichaamsbeweging om calorieën te verbranden en daarmee op gewicht te blijven.

Nergens wordt in deze theorie de uiterst complexe hormoonhuishouding van mensen meegenomen, die mensen kan aanzetten tot het vasthouden of verbranden van energie. In een staat van voedselschaarste zal ons lichaam in ‘spaarstand’ gaan staan en de stofwisseling en lichaamstemperatuur vertragen, om zoveel mogelijk voedingsstoffen te kunnen onttrekken aan zo weinig mogelijk brandstof via de voeding. In een staat van voedseloverschot zal de stofwisseling juist versnellen en kan het lichaam zich veroorloven om te kiezen voor kwaliteit van voedingsstoffen i.p.v. kwantiteit. Ik moet de eerste auto nog tegenkomen die over een dergelijke intelligentie beschikt om de omloopsnelheid van energie op deze manier te reguleren!

Dit zijn allemaal hormonale processen, die te maken lijken te hebben met hoeveel voedsel er binnen komt maar in werkelijkheid verbonden zijn niet aan de hoeveelheid (calorieën) maar aan de voedingsWAARDE van de producten die we consumeren. Vandaag de dag verkeren we in een unieke situatie, die we nooit eerder tevoren hebben gezien bij de mensheid: overgewicht door ondervoeding. In de westerse wereld komen mannen wel aan hun 2500-3000 calorieën per dag en vrouwen aan hun 2000 calorieën per dag, het schort aan de kwaliteit van de voedingsmiddelen die we eten en dit triggert hormonale (stress)reacties. De oorzaak is uitgeputte landbouwbodems i.c.m. zware bewerking van modern gemaksvoedsel.

Niet voor niets is er een trend vanuit de vegetarische/veganistische wereld voor plantaardige ‘superfoods’. Het idee hierachter is dat je vaker zou moeten kiezen voor voedingsmiddelen die rijk zijn aan voedingsstoffen. Weston Price zat op hetzelfde spoor, alleen hij identificeerde drie ‘superfoods’ van dierlijke oorsprong: rauwe melk, orgaanvlees en vis. In zijn boek roemt hij ook de hoge voedingswaarde van eieren en eitjes, zoals bijv. viskuit.

Dergelijke dierlijke voedingsmiddelen werden door natuurvolkeren wereldwijd geroemd om hun gezondheids- en vruchtbaarheidsbevorderende werking. Deze mensen keken niet naar calorieën maar naar wat het voedsel met hen deed, vooral met het oog op gezonde nakomelingen. Als we echter toch naar het aantal calorieën van dergelijke dierlijke voeding kijken, zien we dat deze een hoge calorische waarde heeft. De filosofie van Price was dan ook: zorg ervoor dat je zoveel mogelijk voeding tot je neemt die een zo hoog mogelijke concentratie bevat van voedingsstoffen. Logisch dus dat dergelijke voeding veel calorieën bevat, het is immers geconcentreerde voeding!

Je hoeft dan ook niet te variëren met voeding, een andere mythe die ze ons proberen wijs te maken. Je kunt elke dag hetzelfde eten en in een betere staat van gezondheid verkeren dan nu met al je ‘gevarieerde voeding’, die vaak nog maar net voldoet aan de basisbehoeftes van je lichaam. Calorisch voldoe je dan weliswaar ruimschoots aan je lichamelijke energiebehoefte (overschot), maar qua voedingswaarde verkeert je lichaam nog steeds in een staat van schaarste. Het gevolg is overgewicht, waarbij het lichaam zal proberen d.m.v. vetopslag (hoog in calorieën) voedselreserves aan te leggen. De werkelijke brandstof van het menselijk lichaam is nl. vet, geen suiker.

Hoe doorbreek je deze vicieuze cirkel? Eet grasgevoerd voedsel dat rijk is aan dierlijke vetten en eiwitten en dus rijk aan calorieën! Hierdoor creëer je een overschot aan voedingswaarde, wat automatisch een hormonale rem op je voedselinname teweeg zal brengen. M.a.w.: eet voldoende van alles wat je nodig hebt in de vorm van natuurlijke dierlijke voeding en je zult merken dat je er minder van hoeft te eten om je lichaam alles te geven wat het behoeft, te merken aan een natuurlijke eetrem. Andersom zul je niet of nauwelijks een eetrem ervaren als je voedsel eet met een lage voedingswaarde, waardoor je bewust je calorie-inname zult moeten beheersen.

Moeten we dus minder vlees eten? Het leuke is, deze vraag is niet eens interessant als je overschakelt op het verhogen van de KWALITEIT van dierlijke voeding i.p.v. de kwantiteit. Beter dus hoogcalorische dierlijke kwaliteitsvoeding tot je nemen in kleinere hoeveelheden dan laagcalorische ‘voeding’ in grote hoeveelheden. Dit is wat we kunnen leren van de lessen die Weston Price opdeed bij natuurvolkeren en die ikzelf (en anderen hier) ook daadwerkelijk zelf heb ervaren.

Geschreven door Mike Donkers